45Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. 46Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’
47Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’ 48Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in zure wijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken. 49De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens kijken of Elia hem komt redden.’
50Nog eens schreeuwde Jezus het uit, toen gaf hij de geest. 51Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten. 52De graven werden geopend en de lichamen van veel gestorven heiligen werden tot leven gewekt; 53na Jezus’ opstanding kwamen ze uit de graven, gingen de heilige stad binnen en maakten zich bekend aan een groot aantal mensen. 54Toen de centurio en degenen die met hem Jezus bewaakten de aardbeving voelden en merkten wat er gebeurde, werden ze door een hevige angst overvallen en zeiden: ‘Hij was werkelijk Gods Zoon.’

Matteüs 27:45-54

Heeft God Jezus in de steek gelaten? Was dat wat bleek uit de laatste woorden: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Het zijn woorden uit Psalm 22:1, maar om zijn woorden goed te lezen moet je verder lezen en dan kom je tot een andere conclusie.

De psalm begin inderdaad met een zucht van verlatenheid, maar gaat daarna al snel over tot een erg persoonlijk gesprek met God, waarin alle zorgen en vernederingen voor Hem neer worden gelegd.
Verschillende keren wordt God gevraagd niet ver weg te blijven. Ook geeft de psalm wel erg goed weer in welke omstandigheden Jezus zich bevindt.

16Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
u legt mij neer in het stof van de dood.
17Honden staan om mij heen,
een woeste bende sluit mij in,
zij hebben mijn handen en voeten doorboord.
18Ik kan al mijn beenderen tellen.
Zij kijken vol leedvermaak toe,
19verdelen mijn kleren onder elkaar
en werpen het lot om mijn mantel.

Psalm 22:16-19

Het lijkt daarom meer dat Jezus ons wil herinneren aan deze psalm en ons in Zijn paar laatste woorden het hele verhaal nog eens wil vertellen. Dat verhaal is geen verhaal van verlatenheid, maar juist van een grote zege op alle kwade machten.

28Overal, tot aan de einden der aarde,
zal men de HEER gedenken en zich tot hem wenden.
Voor u zullen zich buigen
alle stammen en volken.
29Want het koningschap is aan de HEER,
hij heerst over de volken.
30Wie op aarde in overvloed leven,
zullen aanzitten en zich voor hem buigen.
Ook zullen voor hem knielen
wie in het graf zijn neergedaald,
wie hun leven niet konden behouden.
31Een nieuw geslacht zal hem dienen
en aan de kinderen vertellen van de Heer;
32aan het volk dat nog geboren moet worden
zal het van zijn gerechtigheid verhalen:
hij is een God van daden.

Psalm 22:28-32

Het gebeuren op Golgotha heeft een veel grotere strekking! De boodschap gaat de wereld in en zal velen bereiken.
Machtigen hebben het niet gewonnen, deze zullen later buigen.
Het is niet afgelopen. Nee, de komende geslachten zullen ervan horen.

Voor de discipelen zullen het woorden zijn geweest, waar ze de diepgang nog niet van konden beseffen. Maar wij kunnen tweeduizend jaar na data deze laatste woorden alleen maar bevestigen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *